Biografisch Woordenboek van Nederland Wiskundigen


Willem van Est was meetkundige 'pur sang'. Hij heeft belangrijke bijdragen geleverd op het gebied van de Lie-groepen en op het gebied van de foliaties.

EST, Willem Titus van (Bandoeng, 12 december 1921 - Leiderdorp, 30 juli 2002). Zoon van Gerrit Jan van Est en Sjoulke van der Zee. Gehuwd met Trijntje (Truus) Sargentini. Uit dit huwelijk werden een zoon (Jan) en een dochter (Annemarie) geboren.

Van Est groeide op in het toenmalige Nederlands- Indie, waar zijn vader als functionaris bij de politie werkzaam was. Hij bezocht de lagere school en de HBS in Batavia (het huidige Jakarta). In 1938 kwam hij naar Nederland om wis- en natuurkunde te gaan studeren aan de Gemeentelijke Universiteit te Amsterdam. Hij deed daar in 1942 zijn kandidaatsexamen, en na een onderbreking van 1942-1945, veroorzaakt door de oorlog, in 1948 zijn doctoraalexamen. Hij volgde colleges onder meer bij L.E.J. Brouwer en A. Heyting, maar was in het bijzonder geboeid door de colleges van H. Freudenthal. Ook toen deze laatste wegens zijn joodse afkomst op non-actief was gesteld gedurende de oorlog, onderhield Van Est contact met hem.

Na de benoeming van Freudenthal tot hoogleraar in Utrecht in 1947 volgde Van Est hem daarheen als assistent. Tegelijkertijd was hij een aantal jaren leraar aan het Murmellius Gymnasium in Alkmaar. Gedurende die jaren werkte hij onder Freudenthal aan zijn proefschrift waarop hij in 1950 cum laude promoveerde. Dit proefschrift generaliseerde een resultaat van Nielsen uit 1940 over groepen van translaties in het hyperbolische vlak tot een resultaat over de symmetrische ruimte behorende bij een halfenkelvoudige reële Lie-groep. Het toont dat Van Est toen reeds een grondige kennis had van het fundamentele werk van de Franse wiskundige Elie Cartan (1869-1951). Cartans werk zou hem altijd blijven inspireren.

Van 1951 tot 1956 was Van Est verbonden aan de Rijksuniversiteit Utrecht, eerst als wetenschappelijk medewerker, later als lector en daarna als bijzonder hoogleraar. In 1953-54 verbleef hij aan de universiteit van Princeton op uitnodiging van de bekende topoloog R. Fox. Van 1956 tot 1972 was hij hoogleraar in Leiden en in 1972 keerde hij terug naar zijn alma mater, de Universiteit van Amsterdam, waar hij tot zijn emeritaat in 1986 bleef.

In Van Ests wetenschappelijk werk zijn twee hoofdthema's te onderscheiden, ten eerste de theorie van Lie-groepen en Lie-algebra's en ten tweede de theorie van foliaties. Zijn belangrijke resultaat in het eerste gebied was het inzicht dat de globale cohomologie van een Lie-groep beschreven kan worden in termen van de infinitesimale Lie-algebra, een resultaat dat bekend staat als 'het isomorphisme van Van Est'. Later gaf hij een tweede elegant bewijs van dit resultaat met behulp van een spectraalrij, nu bekend als de 'spectraalrij van Van Est'. Zijn werk op het terrein van de foliaties is gebaseerd op een nieuw type 'variëteit' dat hij invoerde onder de naam 'S-atlas'. Gebruikmakende van deze gegeneraliseerde variëteiten kon hij een aantal klassieke resultaten over foliaties op boloppervlakken en torussen op een zeer natuurlijke manier afleiden, onder meer resultaten van Kneser, Siegel, Denjoy en Haefliger.

Van Est was een uitstekend docent. Hij inspireerde niet alleen zijn promovendi, maar had invloed op een veel grotere kring van studenten. Hij had een grondige kennis niet alleen van de meetkunde maar van grote gebieden van de wiskunde en nam in zijn latere carrière mede het initiatief tot een herleving van de belangstelling onder wiskundigen voor mathematische fysica. Van Est vervulde enkele bestuurlijke functies, onder meer curator van de Stichting Mathematisch Centrum; hij was een wijs bestuurder.

In 1973 werd Van Est benoemd tot lid van de KNAW. In 1987 ontving hij een eredoctoraat van de Universiteit van Toulouse.

Bronnen

  • Alberts, Gerard en Ieke Moerdijk, “De geometer; interview met W.T. van Est.” Nieuw Archief voor Wiskunde, 5- 3 (2002): 52-56.
  • Moerdijk, Ieke en Jacob P. Murre, “In memorium Willem Titus van Est (1921-2002).” Levensberichten KNAW (2004): 46-51 (ook in: Nieuw Archief voor Wiskunde , serie 5, 4-4 (december 2003).

Publicaties

  • “Group cohomology and Lie algebra cohomology in Lie groups.” Indagationes Math. 15 (1953) (= Proceedings KNAW 56).
  • “Une application d'une méthode de Cartan-Leray.” Indagationes Math. 17 (1955) (= Proceedings KNAW 58).
  • “A generalization of the Cartan-Leray spectral sequence.” Indagationes Math. 20 (1958) ( = Proceedings KNAW 61).
  • (met Th.J. Korthagen) “Non enlargible Lie algebras.” Indagationes Math. 26 (1964) ( = Proceedings KNAW 67).
  • “Rapport sur les S-atlas.” Astérisque 116 (1964).
  • “Sur le groupe fondamental des schémas analytiques de variétés à une variable.” Ann. Inst. Fourier 30 (1980).

Auteur: J.P. Murre

Laatst gewijzigd: JK, augustus 2019